Nederland gooide in 2025 4,4 terawattuur zonne- en windstroom weg, het jaarverbruik van 2,6 miljoen huishoudens. Alle thuisbatterijen in het land samen vangen daar 0,02 procent van op. Dat rekende het platform voor thuisbatterij-installateurs vergelijken uit, een onafhankelijke vergelijker die aanbieders naast elkaar zet op reviews, ervaring en certificeringen. De cijfers laten zien hoe groot het gat is tussen wat je dak opwekt en wat het net op dat moment kwijt kan.
Stroom die nooit is opgewekt
Afschakelen betekent dat een zonnepark of windpark minder gaat produceren of zichzelf uitzet. De stroom wordt dus niet opgeslagen, maar simpelweg niet gemaakt. In 2024 ging het om 3,3 terawattuur en in 2025 om 4,4 terawattuur, blijkt uit het thuisbatterij-onderzoek van 2026. In het eerste kwartaal van 2026 kostte het twee procent van alle duurzame productie: zonder afschakelen hadden de parken acht procent meer kunnen leveren.
De aanleiding is de prijs. Schijnt de zon vol en staat er wind, dan is er meer aanbod dan vraag en zakt de groothandelsprijs onder nul. In 2025 gebeurde dat 585 uur lang. Een producent die dan doorgaat, betaalt geld toe om zijn stroom kwijt te raken, dus zet hij het park stil.
Twee miljoen batterijen zouden het gat dichten
Alle Nederlandse thuisbatterijen samen kunnen op dit moment ongeveer één gigawattuur opslaan: zo’n 163.500 systemen van gemiddeld zes kilowattuur. Eén keer volladen vangt daarmee 0,02 procent op van wat er vorig jaar is weggegooid.
Omgekeerd wordt het interessanter. Een batterij van zes kilowattuur die elke dag vol en leeg gaat, verzet 2.190 kilowattuur per jaar. Om die 4,4 terawattuur helemaal op te vangen zijn dus ongeveer twee miljoen thuisbatterijen nodig. Nederland heeft ruim drie miljoen woningen met zonnepanelen, 37 procent van de woningvoorraad. Het doel ligt dus binnen de bestaande zonnedaken, alleen staat er nu nog een fractie van.
Op het dak gaat het juist langzamer
Ondertussen groeit de zonnemarkt zelf minder hard. Volgens RVO kwam er in 2025 nog 1,4 gigawattpiek aan vermogen bij, tegenover 5,2 gigawattpiek in 2023, onder meer door onzekerheid over de opbrengsten en een overvol stroomnet. In het register van de netbeheerders is dezelfde beweging zichtbaar: het aantal nieuwe zonne-installaties halveerde ruimschoots, terwijl het aantal aangemelde thuisbatterijen in acht maanden tijd naar bijna 45.000 liep.
Het geld van de huiseigenaar verschuift dus van het dak naar de bijkeuken. Voor wie panelen heeft, is dat vooral een rekensom over eigen verbruik: wat je zelf gebruikt, hoef je niet tegen een lage vergoeding terug te leveren.
De branche die het moet plaatsen is klein
Die verschuiving loopt wel vast op de mensen die het werk doen. Nederland telt 527 bedrijven die thuisbatterijen aanbieden en bij ruim vier op de vijf werken hoogstens twee personen. Ook opvallend: Enphase staat bij 35 procent van de installateurs in het assortiment, Sigenergy bij 26,9 procent en SolarEdge bij 20,3 procent, dus de namen die veel paneeleigenaren al van hun omvormer kennen.
Bij dat laatste hoort een kanttekening die het vergelijkingsplatform ThuisbatterijInstallateurs.nl zelf maakt: veel bedrijven noemen merken die niets met opslag te maken hebben, dus is alleen meegeteld wat echt over een batterij of accu ging. En 84 procent van de bedrijven bestaat korter dan tien jaar, terwijl op een thuisbatterij tien tot vijftien jaar garantie zit.
Wat dit betekent voor je eigen dak
Landelijk verandert opslag voorlopig weinig aan het afschakelen. Per woning is het effect wel groot: je verbruikt een groter deel van je eigen opbrengst zelf in plaats van het aan het net terug te leveren. Wil je daar verder in duiken, lees dan ook ons artikel over meer uit je zonnepanelen halen na het afschaffen van de salderingsregeling.
